Wasbeerhond. (Foto: Ryzhkov Sergey, Wikimedia Commons, 2018)

Wasbeerhond

De wasbeerhond is een hondachtig roofdier, oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië. Bij de huidige populatieomvang is de impact van de wasbeerhond op biodiversiteit en ecosystemen beperkt. De wasbeerhond kan verschillende ziektes en parasieten overdragen op mensen en dieren zoals de vossenlintworm, hondsdolheid (rabiës) en trichinellose (worm) via besmet vlees.

Hoe herken ik de wasbeerhond?

De wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides) is een hondachtig roofdier van 50-85 cm lang (van neus tot staart). Het dier heeft een langharige vacht waarvan de kleur kan variëren van grijs tot geel of zelfs roodachtig. Op de rug, schouders en aan het uiteinde van de korte, lichtbruine staart zitten zwarte haren. Pups hebben een (bijna) geheel zwarte vacht. Verder heeft de wasbeerhond opvallende zwarte wangen (als een soort gezichtsmasker), een grijs voorhoofd, witte, spitse snuit en kleine oren. De borstzijde, korte poten en voeten hebben een donkere kleur. In de herfst en winter heeft het dier een dikke vacht en extra vetreserves, waardoor het een rond dier lijkt op korte pootjes. In de zomer is de vacht dun en ziet het dier er veel slanker uit. De wasbeerhond loopt langzaam, klimt of rent zelden, maar is een goede zwemmer.

Bij identificatie kan verwarring ontstaan met de wasbeer en de das. Hoewel de wasbeerhond qua uiterlijk sterk lijkt op de wasbeer, zijn de twee soorten niet verwant aan elkaar. Een duidelijk verschil tussen de wasbeerhond en de wasbeer is zichtbaar bij de staart. De wasbeer heeft witte en zwarte banden op de staart; de wasbeerhond heeft dit niet. Een duidelijk verschil met de das is zichtbaar op de kop. De das heeft opvallende witte en zwarte strepen op zijn kop; de wasbeerhond heeft dit niet.

Een flyer voor de herkenning van de wasbeerhond kan hier gedownload worden.

Herkomst – Waar komt de wasbeerhond vandaan?

Van oorsprong komt de wasbeerhond uit Oost-Azië. De ondersoort die in Europa voorkomt is de Siberische wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides ussuriensis). Deze komt van oorsprong voor in Zuidoost-Siberië en Oost-China. Andere ondersoorten van de wasbeerhond zoals de Chinese wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides procyonoides) en de Japanse wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides viverrinus) leven in China, Japan en Korea. Sommige wetenschappers beschouwen de Japanse wasbeerhond als een aparte soort.

In de vorige eeuw is de soort uitgezet op meerdere locaties in de voormalige Sovjet-Unie, inclusief het Europese deel. Doel was de lokale fauna te verrijken met een waardevol pelsdier. Na vestiging in het wild, verspreidde de wasbeerhond zich op natuurlijke wijze over Europa. Verder is de soort in Europa ook lange tijd verkocht als huisdier of gefokt als pelsdier. Ontsnappingen of vrijwillige uitzettingen hebben waarschijnlijk ook bijgedragen aan de verdere verspreiding van de wasbeerhond.

Verspreiding – Waar komt de wasbeerhond voor?

De wasbeerhond komt in een groot aantal Europese landen voor, met name in het Noord- en Oost-Europa. Ook in Nederland heeft de soort zich gevestigd. In een aantal andere EU-landen, zoals Italië en Oostenrijk, is de soort ook waargenomen, maar heeft zich nog niet gevestigd. Waarschijnlijk kan het dier zich in alle EU-landen én het Verenigd Koninkrijk vestigen.

Wasbeerhonden zijn erg flexibel wat betreft voedselbronnen en leefgebied. Over het algemeen mijden ze open gebieden zonder ondergroei en grote (naald)bossen met een dik bladerdek. Bij voorkeur leeft de soort in waterrijke, open gebieden met veel ondergroei voor beschutting. Denk hierbij aan rivieroevers, langs meren, moerassen en vochtige weides met veel lage vegetatie. Maar ook in kleine (loof)bossen, kleinschalig ontboste gebieden en zelfs in stedelijke omgevingen met voldoende groen kan de soort overleven. Het leefgebied wordt bepaald door de beschikbaarheid van voedsel, schuilplaatsen en nestlocaties en kan wisselen met de seizoenen. Nesten (ofwel burchten) bevinden zich vaak in boomstammen, onder grote rotsen of in bestaande dassenburchten.

Verspreidingskaart Wasbeerhond
Verspreidingskaart Wasbeerhond

Risico’s - Wat zijn de problemen?

Bij de huidige populatieomvang is de ecologische impact van de wasbeerhond in Nederland beperkt. De soort is een alleseter en de samenstelling van hun dieet wordt sterk bepaald door de beschikbare voedselbronnen. Amfibieën, met name kikkers en kikkervisjes, zijn makkelijk te vangen waardoor kikkerpopulaties lokaal achteruit kunnen gaan als gevolg van predatie. Geïsoleerde populaties, bijvoorbeeld op eilanden, kunnen door predatie lokaal uitsterven. De wasbeerhond kan een negatieve invloed hebben op grondbroedende vogels in waterrijke gebieden door predatie op eieren en kuikens, maar harde bewijzen hiervoor ontbreken. Studies hiernaar laten wisselende resultaten zien. Er zijn geen aanwijzingen dat er competitie zou zijn met inheemse carnivoren, zoals vossen, dassen, wolven of otters.

Het meest schadelijke effect van de wasbeerhond is de overdracht van parasieten en ziektes die schadelijk kunnen zijn voor mens en dier. Het belangrijkste gezondheidsrisico vormt de vossenlintworm (Echinococcus multilocaris). Zonder behandeling kan deze parasiet dodelijk zijn voor mensen. Echter, in Nederland wordt de vossenlintworm slechts zelden aangetroffen op vossen en in wasbeerhonden komt de lintworm nog minder voor. Hogere aantallen wasbeerhonden kunnen het besmettingsrisico wel vergroten. De soort kan ook drager zijn van hondsdolheid (rabiës). De kans om hondsdolheid te krijgen in Nederland is echter klein. Veel landen in West-Europa vrij zijn van hondsdolheid waardoor de kans dat wasbeerhonden in besmet zijn met hondsdolheid klein is. Wasbeerhonden kunnen trichinellose (rondwormen) overdragen op onder andere varkens. Besmetting van mensen via varkensvlees is in Nederland echter vrijwel uitgesloten. In Nederland komen al decennialang geen menselijke gevallen van endemische trichinellose meer voor.

Preventie - Hoe voorkom je verdere verspreiding?

Verdere verspreiding vindt vooral plaats via introducties vanuit Duitsland. Door de hoge voortplantingssnelheid, hoge mobiliteit en het grote aanpassingsvermogen is verdere verspreiding vrijwel niet te voorkomen.

Beheersing en bestrijding – Welke methoden zijn er?

Volledige bestrijding van de wasbeerhond is (vrijwel) onmogelijk zodra de soort zich heeft gevestigd in een gebied. Wanneer een populatie tijdelijk afneemt, door jacht of natuurlijke predatie van wolven of vossen, stijgt de worpgrootte per individu. Hierdoor heeft de populatie snel weer dezelfde omvang terug. Bovendien trekken veel jonge dieren naar nabijgelegen gebieden bij hoge jachtdruk. Zodra de jachtdruk weer afneemt, keren zij terug en kan de populatie zich binnen enkele maanden weer herstellen.

Beheersing op kleine schaal is mogelijk, maar dit vereist het afschieten van, op zijn minst, het jaarlijkse overschot van alle nieuwe individuen in de populatie. Hiervoor moet de populatie permanent bejaagd worden wat veel inzet vraagt en relatief duur is. Zelfs met permanente bejaging is het lastig om op de langere termijn de populatiegroei te beperken.

Op kleine schaal kunnen gebieden afgeschermd worden van wasbeerhonden door er een hek omheen te plaatsen. Een (elektrisch) hek van één meter hoog is hierbij voldoende.

Wet & Regelgeving - Welke regels en protocollen zijn van toepassing?

Wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides) staat op de Unie-lijst van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Dat betekent dat er een Europees verbod van kracht is op bezit, handel, kweek, transport en import van de soort. Daarnaast geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. En als dat niet lukt, om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Voor dieren gelden extra regels rondom beheersing en bestrijding van de soort. Wanneer wordt overgegaan tot het doden van een dier, dan dienen stress, pijn en onnodig leed bij het dier zo veel mogelijk voorkomen te worden. Andere soorten en de natuur mogen niet verstoord of beschadigd worden tijdens de beheersing, bestrijding of het doden van invasieve, exotische diersoorten (meer informatie hierover vindt u hier).

Voor diersoorten die op de Unielijst staan geldt dat men het dier mag houden totdat het sterft, mits aangetoond kan worden dat men het dier al had voordat de soort op de Unielijst werd geplaatst. Ook hier geldt dat de betreffende dieren niet mogen worden verhandeld, vermeerderd of verspreid worden. Meer informatie voor particulieren, handelaren, vissers, onderzoekers en dierentuinen of kinderboerderijen vindt u op de website van de RVO.

Waar vind ik meer informatie?

Leadfoto: Ryzhkov Sergey, Wikimedia Commons, 2018

Gepubliceerd 2 augustus 2023